Archieven: 20-08-2026

Wat een schoolconsult wel en niet mag beloven

Een schoolconsult is geslaagd wanneer de leerkracht dinsdag minder doet, niet meer. Karin Mulder gaat in Utrecht naar scholen met die opdracht: schrappen tot hooguit vijf afspraken. Dit artikel is bedoeld voor mentoren en intern begeleiders die twijfelen of een extern consult iets toevoegt aan een handelingsplan dat al bestaat. De vorm vindt u bij schoolconsult. Wat ouders thuis anders moeten doen, hoort in ouderbegeleiding, niet in hetzelfde uur.

Leerkracht en specialist overleggen met papieren in een Utrechtse docentenkamer
Een schoolconsult levert vijf afspraken op, niet een tweede verslag.

Beloven mag een consult het volgende niet. Geen hoger cijfer op een datum. Geen dyslexieverklaring. Geen advies over medicatie. Geen uitspraak dat een leerling ‘eroverheen groeit’. Geen overname van de klas. Wie dat zoekt, huurt het verkeerde uur in. Wat het consult wel levert: een blad met eigenaar, moment en grens. Een afspraak zonder eigenaar gaat eraf, hoe vriendelijk hij ook klonk in het overleg.

Vijf is een maximum, geen doel

Soms blijven er twee afspraken over. Dat is een goed consult. De verleiding is om het blad te vullen omdat de school ‘waar voor het uur’ wil zien. Waar voor het uur is uitvoerbaarheid. Een ib’er herkent een te vol plan aan de zin ‘we proberen het’. Proberen is geen eigenaar. Vraag welke collega het doet als de mentor ziek is. Is het antwoord ‘dan zien we wel’, dan is de afspraak nog niet klaar of hij hoort niet op het blad.

Wel op het blad Niet op het blad
Extra tijd bij teksten langer dan een A4 ‘De leerling mag altijd extra tijd’
Voorleessoftware bij zaakvak, niet bij dictee Software bij elke toets, ongeacht het doel
Hulp vragen met één afgesproken zin ‘De docent houdt hem in de gaten’
Korter huiswerk: drie sommen als voorbeeld ‘Huiswerk naar kunnen’

Bereid het consult voor met één toets en één mislukte avond, niet met het hele dossier. Een dik dossier lokt een dik plan. LeerNL vraagt die twee stukken vooraf en leest ze. Komt het team met vijf nieuwe wensen de kamer in, dan is het eerste halfuur schrappen. Dat is geen onwil. Het is de voorwaarde waaronder een drukke dinsdag de afspraak nog kent.

Na vier weken hoort een check van tien minuten, niet een nieuw overleg. De mentor zegt welke van de afspraken is uitgevoerd. Wat niet is uitgevoerd, gaat eraf of krijgt een andere eigenaar. Afspraken die ‘nog even blijven staan’ zonder eigenaar vervuilen het volgende plan. Ouders die het blad thuis aanvullen met eigen regels, maken twee systemen. Dan is een apart oudergesprek nodig. Het consult uitbreiden met opvoedadvies maakt beide oppervlakkig.


Vier leesstrategieën die het werkgeheugen ontlasten

Een leerling die technisch kan lezen en toch de toets mist, probeert vaak de hele tekst te onthouden. Dat past niet in het werkgeheugen, zeker niet wanneer decoderen nog moeite kost. Karin Mulder oefent in Utrecht daarom vier leesstrategieën en niet een map van dertig icoontjes. Dit stuk legt die vier uit zoals ze in de module leesstrategieën worden geoefend. Decoderen dat nog niet loopt, hoort eerst bij dyslexiebegeleiding.

Leesliniaal en structuurkaartjes op een tafel tijdens een les in Utrecht
Vier leesstrategieën: voorspellen, vragen, één zin, terugzoeken.

Voorspellen duurt dertig seconden. De leerling zegt hardop wat de tekst waarschijnlijk gaat doen, op basis van titel en tussenkoppen. Een foute voorspelling is bruikbaar; hij geeft een plaats om bij te sturen. Geen voorspelling betekent dat de leerling de tekst in gaat als een muur. Vragen stellen gebeurt per alinea, één vraag. Markeren zonder vraag is versieren en ziet er op een blad ijverig uit terwijl het niets ordent.

Eén zin en daarna terugzoeken

Na de alinea schrijft de leerling één zin, niet een parafrase van een halve bladzijde. Die zin is het haakje voor later. Bij de toetsvraag mag hij terugzoeken op een woord uit de vraag. Opnieuw bovenaan beginnen is de strategie die onder tijdsdruk het meeste tijd kost en het minste oplevert. Wij afleren hem expliciet, ook als een methode juist ‘herlees de tekst’ adviseert.

Strategie Tijd Klaar als
Voorspellen 30 seconden Eén hardop zin vóór het lezen
Vragen Per alinea Eén vraag in de kantlijn
Eén zin Een minuut De zin dekt de alinea
Terugzoeken Bij de vraag Alleen de alinea met het zoekwoord

Oefen op een tekst die deze maand echt meetelt: zaakvak, instructie bij wiskunde, een studiestuk. Een losse oefentoets uit een bijlage blijft een oefentoets. De leerling moet de strategie kunnen opnoemen zonder het blad. Lukt dat niet, dan is hij er niet. In de klas helpt het als de docent dezelfde vier namen gebruikt. Een vijfde strategie van een andere training halen wij eruit tot deze vier saai zijn geworden. Saai betekent hier: beschikbaar onder druk. Schrijf de vier namen op een kaartje dat in de etui blijft, niet op een poster die na de toetsweek verdwijnt.

Ouders die mee willen lezen, mogen de voorspelling horen en daarna zwijgen. Voorzeggen haalt de vraag weg. Twijfelt u of het decoderen stiekem nog de bottleneck is, laat de leerling dan één alinea hardop lezen. Haperen op meer dan een paar woorden per regel betekent dat u de strategieën te vroeg inzet. Dat is geen falen van de leerling. Het is de verkeerde module, en die correctie is precies waar een intake voor dient.